ITH Pompoenonderzetter (Creative Kiwi): strakke inlay-appliqué, stipple-quilting en een envelop-achterkant zonder naaien — stap voor stap

· EmbroideryHoop
Deze praktische gids neemt je stap voor stap mee door een intermediate In-The-Hoop (ITH) pompoenonderzetter met een Creative Kiwi-design op een Brother Dream Machine met een 8x8 borduurring. Je leert hoe je tearaway borduurvlies strak (drum-tight) inspant, batting en stof netjes ‘float’ zonder ringafdrukken, een strakke inlay-appliqué maakt (raam uitsnijden + inzetstof), stipple-quilting borduurt zonder je print te ‘overstemmen’, en afwerkt met een envelop-achterkant — inclusief de exacte tape-truc die voorkomt dat de persvoet achter een vouw blijft haken. Onderweg krijg je duidelijke controlepunten, praktische troubleshooting en opties om je workflow sneller en veiliger te maken voor herhaalwerk.
Auteursrechtverklaring

Alleen educatief commentaar. Deze pagina is een leer-/uitlegnotitie bij het werk van de oorspronkelijke maker. Alle rechten blijven bij de rechthebbende. Wij heruploaden of verspreiden het originele werk niet.

Als het kan, bekijk de originele video op het kanaal van de maker en steun met een abonnement. Eén klik helpt om betere stappenplannen, praktijktests en videokwaliteit te blijven verbeteren. Je kunt ondersteunen via de abonneerknop hieronder.

Ben je rechthebbende en wil je een correctie, bronvermelding of (gedeeltelijke) verwijdering? Neem dan contact op via ons contactformulier; we handelen dit snel af.

Inhoud

In-the-hoop (ITH)-projecten worden vaak omschreven als “chips” voor borduurders: je kunt er niet maar één maken. Ze geven snelle voldoening: een strak, verkoopklaar resultaat zonder dat je achteraf nog met de naaimachine hoeft te stikken. Tegelijk zijn ITH-projecten een keiharde test voor je basisinstellingen. Je bouwt namelijk een 3D-object op in een 2D-borduurring — en dan zijn spanning, uitlijning en laagbeheer niet onderhandelbaar.

In deze masterclass maken we een ITH pompoenonderzetter (een populair Creative Kiwi-design) op een Brother Dream Machine met een 8x8 borduurring. We volgen niet alleen de instructies, we leggen ook uit waarom elke stap werkt — van inlay-appliqué en stipple-quilting tot de lastige envelopsluiting aan de achterkant.

Display of fabric supplies and batting layers on table
Supply Check

Benodigdheden voor de ITH pompoenonderzetter

Behandel dit project alsof je een mini-productierun draait. De dichte stipple-quilting is een stresstest voor je versteviging; als je basis niet stabiel is, trekt je onderzetter scheef of gaat hij golven.

Basismaterialen (de fysieke basis)

  • Borduurvlies: medium tearaway (1.8 oz tot 2.0 oz). Gebruik geen dun, papierachtig tearaway; dat perforeert en scheurt tijdens de stipple-fase.
  • Stoffen (100% katoen aanbevolen):
    • Basis: oranje honingraatprint (vooraf gewassen en goed geperst).
    • Inzet: pompoenprint voor de appliqué.
    • Achterkant: twee stukken bijpassende katoen, strak dubbelgevouwen en goed geperst.
  • Batting: dunne (low-loft) katoen- of bamboevulling. Vermijd high-loft polyester; dat geeft te veel hoogte/weerstand onder de persvoet.
  • Garen:
    • 40wt polyester borduurgaren (oranje en donkerbruin).
Let op
polyester is hier vaak praktischer dan rayon, omdat onderzetters/mug rugs in de praktijk met condens en wrijving te maken krijgen.

‘Onzichtbare’ verbruiksartikelen (voorkomen de “mystery failures”)

Beginners slaan dit vaak over, maar in de praktijk maken juist deze items het verschil.

  • Nieuwe naald: 75/11 of 80/12 Sharp (of Universal). Waarom? Een botte naald door katoen + batting + vlies + dichte stipple geeft sneller draadbreuk en rafelen.
  • Appliquéschaar (gebogen): om dicht langs de stiklijn te knippen zonder je basisstof te raken.
  • Scherpe puntschaartje (“startschaar”): om een nette eerste knip te zetten bij binnenwerk.
  • Painter’s tape (schilders tape) of borduurtape: het ‘geheime wapen’ bij de envelop-achterkant.
  • Pluisborsteltje: batting geeft pluis; pluis in je spoelhuis = onrustige spanning.
Hoop with tearaway stabilizer ready for stitching
Preparation

Voorbereidingschecklist: de ‘pre-flight’ controle

Zet je machine pas aan als dit klopt.

  • Borduurring-check: bevestig dat je de juiste ringmaat gebruikt voor het bestand (in deze demo 8x8).
  • Vrije ruimte: zorg dat de arm/het borduurveld vrij kan bewegen. ITH gebruikt vaak het volle veld; één tik tegen een muur/voorwerp kan lagen laten verschuiven.
  • Onderdraad-check: start met een volle witte onderdraadspoel (typisch 60wt of 90wt). Begin niet met een spoel die nog 20% heeft; onderdraad op tijdens stipple is lastig herstellen.
  • Schaar-test: knip een restje. Als je schaar ‘kauwt’ in plaats van strak snijdt: wisselen.
  • Naald wisselen: weet je niet wanneer je voor het laatst wisselde? Dan is het nu tijd.

Waarschuwing (mechanische veiligheid): houd handen weg van de bewegende naaldstang. Tijdens het knippen bij appliqué: haal de borduurring van de machine of gebruik “Lock”-modus als je machine dat heeft. Knip nooit terwijl de ring nog vastzit en de machine ‘live’ is; één tik op “Start” kan een naald door je vinger zetten.

Stap 1: Inspannen en plaatsingslijnen

70% van de borduurproblemen ontstaat bij het inspannen, niet bij de naald. Voor ITH heb je een echt strakke basis nodig.

1) Span het borduurvlies in (de fundering)

Span één laag medium tearaway borduurvlies in.

Voel- en luistercheck (de ‘tiktest’): draai de schroef eerst handvast, trek de randen lichtjes strak, en draai dan verder aan. Tik met je nagel op het vlies. Je wilt een duidelijke, resonante tik (zoals een trommel). Klinkt het dof of voelt het sponzig, dan staat het te los.

Waarom dit telt: dichte quilting (stipple) trekt in meerdere richtingen. Als je vlies niet strak staat, gaat het ‘meeveren’ (flagging) en krijg je registratieproblemen (mini-gaten/verschuivingen in de vorm).

Als je deze onderzetters in sets wilt maken (cadeaus of verkoop), is consistent inspannen vaak je bottleneck. Met hulpmiddelen zoals een hoop master inspanstation voor borduurringen kun je spanning en positionering herhaalbaar maken, zodat nummer 50 hetzelfde is als nummer 1.

Placing the honeycomb orange fabric over the hoop
Placement

2) Borduur de plaatsingslijn

Borduur de eerste kleurstop direct op het borduurvlies.

Controlepunt: je wilt een strakke, vierkante lijn. Zie je lussen bovenop: bovendraad opnieuw inrijgen. Zie je opvallend veel witte onderdraad bovenop: bovenspanning te strak of de spoel zit niet goed in de spanningsveer.

Stap 2: Appliqué en kniptechniek

We gebruiken hier de ‘float’-methode om ringafdrukken te vermijden.

3) Batting + basisstof ‘floaten’

Je kunt een heel lichte nevel tijdelijke lijmspray gebruiken op de batting, of de lagen simpelweg ‘floaten’ (los bovenop leggen) op de gestikte box. Leg de oranje honingraatstof bovenop en strijk alles met je hand glad.

De ‘vlakheidsregel’: strijk met je hand van het midden naar buiten. Alles moet strak en vlak aanvoelen. Elke rimpel die je nu laat zitten, zie je straks terug.

Borduur daarna de tack-down.

Using small scissors to cut out the inner shape of the orange fabric
Applique Trimming

4) De inlay-knip (het ‘raam’ uitsnijden)

De machine borduurt nu de binnenvorm van de pompoen. Jij knipt de oranje stof binnen die vorm weg, zodat er een raam ontstaat voor de tweede stof.

Werkwijze:

  1. Knijp de oranje stof in het midden van de binnenvorm licht omhoog.
  2. Zet een klein startknipje met je scherpe puntschaartje.
  3. Pak je appliquéschaar en schuif de ‘snavel’ onder alleen de bovenlaag.
  4. Knip op ongeveer 2–3 mm (1/8 inch) van de stiklijn.
Placing the pumpkin print fabric over the cut out area
Layering Applique

Controlepunt: je knipt alleen de bovenste oranje laag. De batting en het borduurvlies eronder moeten heel blijven.

5) Inzetstof plaatsen en tweede trim

Leg de pompoenprint over het gat. Borduur de tack-down. Knip daarna de overtollige pompoenstof aan de buitenkant weg.

Waarom dit er ‘pro’ uitziet: dit is inlay-stijl; de stoffen liggen meer in hetzelfde vlak dan bij stapelen. Dat scheelt bulk — prettig bij een onderzetter waar een mok stabiel op moet staan.

Machine stitching zig zag border around the pumpkin shape
Stitching

Detailborduren: stipple-quilting en satijn

Deze fase geeft textuur én stevigheid.

6) Afwerken en ‘sealen’

De machine borduurt een zigzag om de randen netjes vast te zetten.

Controlepunt (visueel): kijk van dichtbij. Zie je rafeltjes die onder de zigzag uitpiepen? Werk ze nu bij. Als er later satijn overheen komt, blijft elk rafeltje zichtbaar.

Stipple quilting texture being stitched onto the background
Quilting

7) Stipple-quilting (de stresstest)

Nu borduurt de machine een meander/stipple over de oranje achtergrond.

Snelheid (praktijkadvies): veel huishoudmachines staan standaard hoog (bijv. 800–1050 SPM). Voor dichte stipple is rustiger vaak beter. Als je merkt dat je machine veel trilt of je draad sneller breekt: verlaag je snelheid.

Hand holding orange Gunold thread spool for color change
Thread Change

Vervorming herkennen: zie je golven of rimpels ontstaan, dan was je inspanning niet strak genoeg. Trek niet aan de stof terwijl de machine borduurt (dat buigt naalden). Noteer het en span de volgende keer strakker in.

8) Satijn: steel en details

Wissel naar bruin voor de steel, daarna terug naar oranje voor de ‘ribben’/detaillijnen.

Draadmanagement bij kleurwissel: knip de draad bij de klos af en trek hem in de normale draadrichting door tot aan de naald. Trek nooit achteruit uit de machine; daarmee ‘flos’ je pluis in je spanningsschijven.

Detail stitching of pumpkin ribs complete
Embroidery Progress

De envelop-achterkant: de gevarenzone

Hier gaat het in de praktijk het vaakst mis. Je legt twee dubbelgevouwen stukken stof op elkaar; die vouwen vormen een ‘rand’ waar de persvoet achter kan blijven haken.

9) Plaatsingsstrategie

Leg de twee achterpandjes met de goede kant naar beneden op je werk.

  1. Deel 1: vouwrand naar het midden.
  2. Deel 2: vouwrand naar het midden, overlappend over deel 1.
Positioning the first folded backing fabric piece
Assembly

Waarom het hier misgaat: een persvoet glijdt graag over vlakke lagen. Bij een vouwrand krijgt hij een ‘trapje’. Dan kan hij blijven haken, steken opstapelen of de achterkant uit registratie duwen.

Overlapping the second backing piece to create envelope closure
Assembly

10) De ‘ramp’-techniek tegen verschuiven

Low-tech oplossing voor een high-tech probleem: tape.

Plak een strook painter’s tape (of borduurtape) over de vouwrand waar de persvoet straks overheen gaat. Dit maakt een soort ‘oprit’, zodat de persvoet soepel over de dikte heen glijdt in plaats van eronder te happen.

Applying green tape to secure the fabric fold edge
Safety Taping
Final perimeter stitch running over the taped fabric
Final Stitching

De commerciële oplossing: opschalen met tooling

Als je vaak last hebt van verschuiven of ringafdrukken in katoen lastig weg te persen zijn, dan loop je tegen een hardwarelimiet aan. Standaard ringen klemmen stof tussen twee randen.

Upgrade-pad:

  • Het probleem: traditionele ringen kunnen lagen vervormen en afdrukken achterlaten.
  • Wanneer het telt: bij volumeproductie wil je vlak klemmen met neerwaartse druk, niet met zijdelingse ‘knijpdruk’.
  • De optie: veel professionals stappen over op magnetische borduurringen. Die klemmen je stack (vlies + batting + stof) stevig op het onderframe, met minder obstructie van een binnenring.
  • Compatibiliteit: werk je met de machine uit deze demo, zoek dan specifiek naar een borduurring 8x8 voor brother of een magnetische borduurring voor brother dream machine zodat de aansluiting/arm past op je carriage.

Waarschuwing (magneetveiligheid): magnetische ringen gebruiken zeer sterke magneten. Beknellingsgevaar: houd vingers uit de buurt bij het ‘klikken’ van het bovenframe. Medische veiligheid: gebruikers met pacemakers of insulinepompen moeten afstand houden (raadpleeg de handleiding van je medische hulpmiddel) tot sterke magnetische velden.

Setup-checklist (voor de laatste naad)

  • Achterpanden liggen met de goede kant naar beneden.
  • Overlap in het midden is aanwezig (geen kier).
  • Tape is aangebracht over de vouwranden in het naaldpad.
  • Werk rustig en gecontroleerd bij deze dikke stap.
  • Controleer of je persvoet voldoende ‘ruimte’ heeft voor de laagdikte (als je machine dit kan aanpassen).

Uitvoering (de eindsequentie)

Borduur de laatste omtreknaad. Dit wordt vaak twee keer gestikt (dubbele run/bean stitch) zodat de onderzetter niet open trekt bij het keren.

Stappen tot klaar:

  1. Plaatsen: achterkant erop, overlap gecontroleerd.
  2. Fixeren: tape als ‘ramp’ aangebracht.
  3. Borduren: blijf erbij. Als de persvoet de vouw pakt: direct Stop.
  4. Afronden: ring uit de machine.

12) Knippen en keren

Haal het werk uit de borduurring. Scheur het tearaway borduurvlies voorzichtig weg.

Hoek-truc: knip rondom terug tot ca. 1/4 inch naadtoeslag. Knip daarna de hoeken schuin weg (clippen) dicht bij de stiklijn — maar knip niet in de steken. Zo krijg je scherpe hoeken in plaats van bolle.

Tearing away the stabilizer from the back
Cleanup

13) Keren en persen

Keer via de opening van de envelop-achterkant. Duw de hoeken voorzichtig uit met een stokje/point turner. Pers stevig (liefst met stoom) zodat alles vlak ligt.

The finished Pumpkin Coaster displayed on table
Result Showcase

Troubleshooting (symptoom → logica → fix)

Symptoom Waarschijnlijke oorzaak Snelle fix Preventie
Draadnest onderop Bovendraadspanning weg; draad sprong uit de take-up lever. Rijg opnieuw in met persvoet omhoog (opent spanningsschijven). Draad goed ‘flossen’ in het spanningspad.
Achterkant verschoven Persvoet haakte achter de vouw en duwde de stof. Stop. Tape over de vouw. Gebruik de tape-ramp standaard.
Naald breekt bij de eindnaad Stack te dik; naalddeflectie. Naald vervangen. Meer ruimte/controle: magnetisch borduurraam voor brother; werk rustiger.
Witte onderdraad bovenop Onderdraadspanning te los óf bovenspanning te strak. Spoelhuis reinigen (pluis). Gebruik echte borduur-onderdraad (60wt/90wt).
Hobbelige satijnsteek Te weinig steun/te los ingespannen. Niet meer te corrigeren in dit werk. Strakker inspannen of volgende keer extra laag vlies.

Beslisboom: borduurvlies- en ringstrategie

Borduren is geen ‘one size fits all’. Gebruik deze logica voor je setup.

  1. Is je stof rekbaar (tricot/jersey)?
    • Ja: stop. Gebruik cutaway / poly-mesh. Tearaway scheurt bij rek.
    • Nee (geweven katoen): tearaway is geschikt.
  2. Maak je 1 onderzetter of 50?
    • 1: handmatig inspannen is prima; neem je tijd.
    • 50 (productie): herhaling + risico op ringafdrukken maakt een standaard ring minder efficiënt. Overweeg magnetische borduurramen voor borduurmachine om sneller en consistenter te werken.
  3. Haakt de eindnaad steeds achter de vouw?
    • Ja: je batting is mogelijk te dik of je vouw ligt te ‘los’. Ga naar low-loft batting en tape consequent.

Resultaat en volgende stappen

Je zou nu een strak vierkante, rijk getextureerde pompoenonderzetter moeten hebben: scherpe hoeken, een vlakke envelop-achterkant en stipple-quilting die er professioneel uitziet.

Van hobby naar productie: Spanning en kleurwissels beheersen op een eennaaldsmachine hoort erbij. Maar als je merkt dat je vooral tijd verliest aan kleurstops en inspannen, dan is dat het punt waarop ‘leuk maken’ overgaat in ‘efficiënt produceren’. Als je wilt opschalen, kijk dan naar tools en workflows die je doorlooptijd verlagen — en naar magnetische borduurringen voor brother om sneller te kunnen inspannen en met minder uitval te werken.