Auteursrechtverklaring
Inhoud
Van pixel naar patch: de complete gids voor handmatig digitaliseren & productielogica
Een praktijkgerichte gids om de Avengers-patchworkflow in Hatch 3 onder de knie te krijgen, aangescherpt voor een betrouwbare stitch-out.
Een patch die er professioneel uitziet is maar deels “software skills”. Het grootste verschil zit in het begrijpen van wat er fysiek gebeurt: stof trekt samen, satijn wil “openvallen”, en een verkeerde volgorde in de sequentie kan een rand compleet verpesten.
Deze gids neemt de originele digitizing-demo en maakt er een herhaalbare workflow van met controlepunten, productielogica en praktische foutopsporing. Handig voor wie z’n eerste patch wil maken zonder frustratie, én voor wie in serie wil produceren en steek-aantallen/machinetijd wil sturen.
Referentie-afbeelding importeren en voorbereiden
Een nette patch begint vóór je de eerste node zet. In de video is het doel een patch van 3,5 inch hoog en een workflow die snel, voorspelbaar en later makkelijk te corrigeren blijft.

Wat je gaat doen (en waarom dit telt)
Je bouwt de Avengers “A” opnieuw op als patch-geschikt ontwerp door:
- Een referentie-afbeelding te importeren en te schalen naar 3,5 inch hoogte.
- De afbeelding te vergrendelen zodat je ’m niet per ongeluk verschuift tijdens het digitaliseren.
- Het logo met handmatige nodes (recht + gebogen) op te bouwen voor strakke randen.
- Een satijn patchrand te genereren met een vaste offset en scherpe hoeken.
- Underlay te kiezen die voorkomt dat stof/ondergrond door je satijn “heen prikt”.
- Full fill versus appliqué-stijl backing te vergelijken om steek-aantal en machinetijd te sturen.
Als je patches maakt om te verkopen of in batches draait, is dit ook het moment om als productie te denken: sequentie, herhaalbaarheid en steek-aantal zijn net zo belangrijk als het artwork.

Voorbereiding: materiaalkeuzes die je digitizing beïnvloeden (ook al werk je nu in software)
Je digitaliseert niet “in het luchtledige”: je instellingen moeten passen bij hoe je de patch straks gaat borduren en afwerken.
Praktische basis uit de reacties
In de reacties wordt expliciet genoemd:
- Voor patches gebruikt de maker twill (“If doing a patch, I just use twill.”).
- Als je iets op een kledingstuk borduurt, helpt vaak een stuk cut-away borduurvlies (maar het hangt af van het kledingstuk; een sweater gedraagt zich anders dan een dunne polo).
Vertaal dat naar je workflow: digitaliseer je voor twill (stabiel) of voor een draagbaar kledingstuk (meer vervorming)? Dat bepaalt hoeveel “veiligheidsmarge” je nodig hebt in overlap, underlay en volgorde.
Realiteitscheck uit de comments: softwareverwachtingen
Er komen een paar typische vragen terug:
- “Welke software gebruik je?” Antwoord: Hatch 3 by Wilcom.
- “Kan dit op een tablet?” Antwoord in de thread: nee, Hatch 3 werkt niet op een tablet.
- “Is Hatch 3 Digitizer te koop voor $500?” Antwoord: de maker heeft dat niet gezien; $899 in de aanbieding was het laagste dat hij noemde.
Checklist (einde voorbereiding)
Doe dit voordat je de eerste node klikt.
- Referentie is duidelijk (hoog contrast) en geschaald naar 3,5" hoogte.
- Afbeelding is vergrendeld (zodat je ’m niet verschuift).
- Je weet of je digitaliseert voor twill (patch) of voor kleding (meer risico op vervorming).
- Je hebt een plan voor backing: bij draagbaar werk is cut-away borduurvlies vaak de veilige keuze (afhankelijk van het kledingstuk).
Handmatig digitaliseren: Digitize Closed Shape beheersen
Handmatig digitaliseren is in het begin trager dan auto-digitizing, maar levert meestal de beste controle over randen en vorm. In de video wordt alles opgebouwd met Digitize Closed Shape en node-plaatsing.

Stap 1 — Start met de hoofdvorm van de “A” als gesloten vorm
De maker kiest Digitize Closed Shape en zet nodes rondom de “A”.
Node-logica uit de video (heel belangrijk):
- Hoeken / scherpe knikken (Left Click): voor harde punten en hoekovergangen.
- Bogen (Right Click): om de curve vloeiend te volgen.
- Rechte constraints: houd Control ingedrukt om perfect verticaal/horizontaal te blijven.

Controlepunten
- Visueel: je lijn volgt de vorm strak en consistent; je hoeft niet “elke pixel” te volgen.
- Praktisch: gebruik niet te veel nodes. Te veel punten maakt het lastiger om later te corrigeren en kan onrustige randen geven.
Verwacht resultaat
Na Enter sluit je de vorm en heb je één nette gesloten objectvorm.
Stap 2 — Digitaliseer de interne driehoek/pijl als tweede gesloten vorm
Daarna maakt de maker de interne driehoek (pijlsegment) als aparte closed shape.

“Oeps”-protocol (zoals in de video): Als je een node verkeerd zet:
- Actie: druk Backspace (of Spacebar zoals genoemd) om de laatste node los te laten/verwijderen zonder de tool te verlaten.
Controlepunten
- Driehoekhoeken zijn scherp (Left Click).
- Je hebt nu twee losse objecten (hoofdvorm + driehoek) die je straks samen gebruikt voor de rand.
Verwacht resultaat
Na Enter staat de driehoek als tweede object in je Object List.
Praktijkvraag uit de comments: auto-digitizing vs handmatig
Er werd gevraagd of auto-digitizing ook kan.
- In de reply wordt aangegeven dat dit bij een simpel ontwerp best kan.
- Tegelijk wordt genoemd dat patches soms “minder vol” uitkomen; een mogelijke oplossing is dichtheid iets verhogen.
Werkbaar uitgangspunt: gebruik auto-digitizing hooguit als startpunt, maar controleer altijd randopbouw, underlay en sequentie—zeker bij patches.
De perfecte satijn patchrand maken
De rand bepaalt of een patch “zelfgemaakt” oogt of strak en commercieel. In de video wordt de rand opgebouwd via Outlines & Offsets.

Stap 3 — Objecten groeperen en Outlines & Offsets maken
De maker selecteert de objecten, Group’t ze en gebruikt Create Outlines and Offsets.
Kerninstellingen uit de video:
- Steektype: Satin.
- Hoeken: Sharp Corners.
- Offset: 0.150 inch.

Controlepunten
- De rand vormt een duidelijke, aparte outline rondom de “A”.
- Hoeken blijven strak (geen “lusjes” of rare kruisingen in de wireframe).
Verwacht resultaat
Een aparte randobjectvorm verschijnt rondom de “A”, klaar om op breedte gezet te worden.
Stap 4 — Randbreedte op 4,00 mm zetten (metrisch)
De maker schakelt naar metrisch en zet de randbreedte op 4,00 mm.

Controlepunten
- De rand oogt duidelijk dikker en dominanter.
- Je ziet meestal dat het steek-aantal toeneemt zodra de rand breder wordt.
Verwacht resultaat
Een stevige satijnrand die de patch “af” maakt.
Waarom randen misgaan (typische oorzaken)
In de praktijk zie je meestal één van deze problemen:
- Te weinig onderbouw (underlay): satijn ligt los en de ondergrond prikt door.
- Te agressieve penetratie op dezelfde lijn: kan stof verzwakken.
- Verschuiving tijdens inspannen: de rand landt niet meer netjes (uitlijning/registratie-probleem).
Daarom is underlay de volgende cruciale stap.
Essentiële underlay-instellingen voor duurzame patches
Underlay is de fundering. In de video worden twee underlays expliciet aangezet.

Stap 5 — Edge Run + Double Zigzag underlay instellen
In Object Properties → Stitching zet de maker:
- Underlay 1: Edge Run
- Underlay 2: Double Zigzag
En hij gebruikt TrueView (T) om de onderstructuur te controleren.

Controlepunten
- Zet TrueView uit/aan: je ziet duidelijk de underlay-structuur onder de satijnkolom.
- De rand heeft “body”: underlay helpt de satijnrand voller ogen zonder meteen extreem aan dichtheid te sleutelen.
Verwacht resultaat
Een rand die stabiel borduurt en minder kans heeft op doorkijk of rafelige randen.
“Mijn patch is niet vol genoeg” (uit de comments)
Een beginner merkte op dat patches minder “vol” uitkomen; in de reply wordt genoemd dat je de dichtheid wat kunt verhogen om meer steken/volume te krijgen.
Praktisch: verhoog stap voor stap en test, want meer dichtheid betekent ook meer belasting (warmte, draadspanning, kans op draadbreuk).
Ontwerp afronden: full fill vs appliqué
Hier wordt het een productie-keuze: wil je maximale “patch feel” of maximale snelheid?

Stap 6 — Full-fill achtergrond maken door de rand te dupliceren
Workflow uit de video:
- Selecteer de rand.
- Klik Duplicate.
- Zet steektype van de duplicaat om van Satin naar Fill.
- Zet de fill in de Sequence naar voren (positie 1 / “move to the top”).


Controlepunten
- Sequentie: de fill moet doorgaans eerst borduren, zodat de satijnrand er netjes overheen kan “locken”.
- In de Sequence zie je nu een extra object (fill) naast je rand(en) en binnenvorm.
Verwacht resultaat
Een solide, gevulde achtergrond die de patch een “echte patch”-look geeft.
Stap 7 — Kleuren toewijzen en steek-aantal checken
De maker kleurt in Captain America-stijl (rood/wit/blauw) en vergelijkt steek-aantallen:
- Full fill: 17.983 steken
- Appliqué-stijl: ~9.000 steken



Wat dit betekent in de praktijk
- Full fill: meer steken, meer machinetijd, vaak “voller” patchgevoel.
- Appliqué-stijl: minder steken en sneller; je gebruikt de stof als achtergrond en borduurt vooral details + rand.
Wanneer inspannen de bottleneck wordt (batch-denken)
Zodra je bestand klopt, verschuift je bottleneck vaak naar handling: herhaalbaar inspannen, snel wisselen en consistent positioneren.
Praktische opschaling in stappen:
- Niveau 1 (methode): “floating” (alleen vlies inspannen, stof erop fixeren) voor prototypes.
- Niveau 2 (klemkracht): bij stijve twill of dikke lagen kan een standaard ring lastig zijn. Dan kom je uit bij magnetische borduurringen.
- Niveau 3 (consistentie): voor series draait alles om herhaalbare plaatsing. Combineer een vaste werkwijze voor inspanstation voor borduurmachine met een inspanstation voor machinaal borduren zodat patch #1 en #50 gelijk vallen.
Troubleshooting
Hier vertalen we de momenten uit de video en de typische praktijkvragen naar snelle diagnose.
Diagnosetabel: symptoom → oorzaak → fix
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Snelle fix | Zwaardere fix |
|---|---|---|---|
| Node verkeerd geplaatst | Misclick / verkeerde hoek. | Backspace (of Spacebar) om 1 node terug te gaan. | Object verwijderen en opnieuw zetten. |
| Rand oogt “plat” | Te weinig structuur onder de satijn. | Underlay checken: Edge Run + Double Zigzag. | Dichtheid voorzichtig verhogen (test!). |
| Productie te traag | Hoog steek-aantal (full fill). | Kies appliqué-stijl. | Workflow/serie-optimalisatie (sequentie, batching). |
| Uitlijning/registratie wijkt | Verschuiving tijdens inspannen. | Rustiger werken en consistent inspannen. | Overstappen op hulpmiddelen zoals magnetisch inspanstation. |
Opmerking over “Remove overlap”
In de comments wordt genoemd dat Hatch een “remove overlap”-functie heeft om steek-aantal te verlagen.
- Praktijkwaarschuwing: te agressief overlap verwijderen kan juist kieren/gaten geven tussen kleurvlakken, zeker als stof krimpt tijdens borduren. Laat bewust een kleine overlap staan en test op je eigen materiaal.
Resultaten
Volg je deze workflow, dan eindig je met een patch-geschikte Avengers “A” die logisch is opgebouwd:
- Referentie: geschaald naar 3,5 inch en vergrendeld.
- Opbouw: handmatig met Digitize Closed Shape (Left Click hoeken, Right Click curves, Control voor rechte lijnen).
- Rand: satijnrand via Outlines & Offsets met 0.150 inch offset, Sharp Corners, en 4,00 mm breedte.
- Stabiliteit: underlay met Edge Run + Double Zigzag gecontroleerd via TrueView (T).
- Output-keuze: full fill (~18k steken) versus appliqué (~9k steken) afhankelijk van look vs snelheid.
Als je dit herhaalbaar wilt maken (serieproductie), focus dan op twee standaarden:
- Werk steeds met dezelfde patchstof (bijv. twill) zodat je instellingen voorspelbaar blijven.
- Standaardiseer je inspannen en uitlijning met een magnetisch inspanstation en een vaste methode voor hoe magnetische borduurring gebruiken.
Operation Checklist (einde uitvoering)
Loop dit na vóór je start met borduren.
- Sequentie: staat de fill vóór de rand in de Sequence?
- TrueView: heb je de underlay-structuur gecontroleerd?
- Inspannen: zit het materiaal vlak en stabiel? (Consistentie is belangrijker dan “keihard strak”.)
- Test-denken: maak eerst één proefpatch en beoordeel rand, dekking en look vóór je een batch draait.
Beheers je deze ene patch-workflow, dan heb je een solide basis voor vrijwel elk logo dat je als patch wilt produceren: controle over nodes, underlay en sequentie levert bijna altijd een betere stitch-out op.
