Hatch Auto Fabric, helder uitgelegd: bouw een Custom Pique-profiel (en stop met elke keer alles opnieuw instellen)

· EmbroideryHoop
Deze praktische gids laat je stap voor stap zien hoe je in Hatch een eigen Auto Fabric-profiel maakt door een bestaand stofprofiel (Pique) te klonen en vervolgens Tatami- en Satin-parameters zoals steeklengte, spacing/dichtheid, onderlaag en pull compensation fijn af te stellen. Je leert ook hoe je stabilizer-notities in het profiel opslaat, zodat elke volgende design-start meteen met consistente, herhaalbare instellingen begint—plus duidelijke checkpunten voor testen, het voorkomen van vervorming en het opschalen naar een productie-workflow.
Auteursrechtverklaring

Alleen educatief commentaar. Deze pagina is een leer-/uitlegnotitie bij het werk van de oorspronkelijke maker. Alle rechten blijven bij de rechthebbende. Wij heruploaden of verspreiden het originele werk niet.

Als het kan, bekijk de originele video op het kanaal van de maker en steun met een abonnement. Eén klik helpt om betere stappenplannen, praktijktests en videokwaliteit te blijven verbeteren. Je kunt ondersteunen via de abonneerknop hieronder.

Ben je rechthebbende en wil je een correctie, bronvermelding of (gedeeltelijke) verwijdering? Neem dan contact op via ons contactformulier; we handelen dit snel af.

Inhoud

Wat is Auto Fabric in Hatch?

Auto Fabric in Hatch is niet zomaar een keuzelijst; zie het als een digitale receptkaart of een "startmotor" voor je digitaliseerwerk. In een keuken bak je een cake ook niet op dezelfde temperatuur als je een kip braadt. Net zo kun je in borduren niet met dezelfde instellingen op een pluizige handdoek stikken als op een stijve spijkerjas.

Wanneer je in Hatch een stofsoort kiest, laadt de software een bundel instellingen die bepalen hoe steken zich gedragen—met name dichtheid/spacing, onderlaagtypes en compensatie voor push/pull-vervorming. In de video legt Sue van OML Embroidery dit uit als een templatesysteem: je voorkomt de "blanco-canvas stress" waarbij je voor vullingen, satins en lettering telkens opnieuw alle technische keuzes moet opbouwen.

De kern voor professionals: Auto Fabric is een systeem dat je hoort te personaliseren. De standaardinstellingen zijn "veilige gemiddelden", maar ze kennen jouw specifieke Pique, jouw draad, of jouw manier van inspannen niet. Zodra je een perfecte proefborduring op een lastige polo hebt, wil je die winst vastleggen. Een eigen profiel zorgt dat je volgende maand hetzelfde resultaat kunt herhalen zonder opnieuw te gokken.

The main workspace interface of Hatch Embroidery Software showing the grid and top menu bars.
Introduction

Waarom je custom stofprofielen nodig hebt

Als je regelmatig digitaliseert en borduurt, is de verborgen vijand van marge én werkplezier: inconsistentie. Iedereen kent het: de ene dag zet je pull compensation bewust hoger, de volgende dag vergeet je het en krijg je open randen (gapping). Het ene ontwerp is strak, het volgende oogt "zompig" of zakt weg in de stof.

Custom Auto Fabric-profielen lossen dit op door je best practices om te zetten in een herbruikbare basis. Je haalt de "geheugenlast" uit je proces.

Sue’s voorbeeld draait om een Pique knit shirt (klassieke polo-stof). Pique is berucht omdat het én rekbaar is én structuur heeft (het wafel-/honingraatoppervlak). Steken verdwijnen graag in de dalen van die structuur. Daarom maakt ze een Pique-profiel dat ze op haar realiteit kan afstemmen en daarna steeds opnieuw kan inzetten.

Dit is ook het antwoord op een veelvoorkomende frustratie uit de praktijk: "Hoe weet ik wat ik moet instellen voor petten? Sommige petten stikken prima, andere zijn drama." Petten verschillen enorm—van zachte, ongevoerde modellen tot stijve caps met buckram. Als je Auto Fabric op "Cotton" laat staan, vraag je om draadbreuk en rommel onderin. Met dezelfde methode hieronder kun je een basisprofiel klonen en net zo lang testen en verfijnen tot je proefborduring betrouwbaar is.

Praktijkcheck voor productie: Als je workflow veel inspannen bevat, zijn software-instellingen maar de helft van het verhaal. Een perfect profiel kan geen slappe inspanning repareren. De stof moet strak en stabiel in de borduurring zitten. Als je last hebt van verschuivende knit-stoffen of ringafdrukken, hoort een goede inspanstation voor borduurmachine-techniek bij hetzelfde "consistentiesysteem". Softwarecompensatie kan fysieke beweging niet volledig wegpoetsen.

The 'Software Settings' dropdown menu is expanded with 'Manage Auto Fabrics' highlighted.
Navigating menus to find settings

Stap-voor-stap: een Custom Pique-profiel maken

Deze walkthrough volgt Sue’s proces, maar voegt praktische controlepunten toe zodat je zeker weet dat je het goed uitvoert.

Stap 1 — Open de Auto Fabric-manager

Om bij het "brein" van je stofinstellingen te komen, ga je in Hatch naar de bovenste menubalk:

  1. Klik Software Settings.
  2. Kies Manage Auto Fabrics.

Je krijgt nu het beheer-venster te zien met de standaardopties (Jersey, Fleece, Pure Cotton, enz.).

The 'Manage Auto Fabrics' dialog box displaying a scrolling list of fabric types.
Browsing existing fabric options

Stap 2 — Maak een nieuw profiel op basis van een bestaande stof

Begin niet vanaf nul. Het is veiliger om een goede buur te tweaken dan een vreemde te verzinnen.

  1. Klik op Create….
  2. Geef een naam aan het profiel: Custom Pique. (Wees concreet—"Mijn Polo Favoriet" is beter dan "New Fabric").
  3. Kies bij Based on: Pique.
  4. Klik OK.

Met deze "klonen en aanpassen"-aanpak neem je de ingebouwde basiskennis voor knit/rekbare stoffen mee en verfijn je vanaf daar.

Highlighting 'Pure Cotton' in the fabric list within the manager window.
Selecting a base fabric

Stap 3 — Stel Tatami / Embossed Fill in

Deze instellingen sturen grote kleurvlakken (fills). Op Pique kunnen steken, als ze te kort of te open zijn, in de structuur wegzakken.

Ga in het venster Fabric Settings naar het tabblad Tatami / Embossed Fill. Richtwaarden (praktisch startpunt):

  • Stitch Length: 4.00 mm (vaak zit je rond 3,5–4,0 mm; langere steken blijven doorgaans beter bovenop de structuur liggen).
  • Spacing: 0.40 mm (dit is je dichtheid. 0,40 mm is een veilige standaard. Lager, zoals 0,35 mm, kan snel stug en "kogelvrij" worden; hoger, zoals 0,45 mm, kan doorschijnen geven).
  • Underlay Type: Edge Run + Tatami.

Waarom dit werkt: Edge Run legt een "rail" langs de rand zodat de contour niet naar binnen wordt getrokken. De Tatami-onderlaag fungeert als vloer: hij drukt de wafelstructuur vlakker zodat je bovendraad mooier en egaler ligt.

The 'Create Auto Fabric' input box where the user names the new profile 'Custom Pique'.
Naming new profile
The 'Fabric Settings - Custom Pique' detailed view showing Tatami/Embossed Fill parameters.
Adjusting stitch length and spacing parameters
Detailed view of the Tatami settings tab with 'Stitch length' set to 4.00mm.
Fine-tuning fill settings
Cursor pointing to 'Underlay type' dropdown menu in Tatami settings.
Selecting underlay style

Stap 4 — Configureer Satin (en controleer pull compensation)

Ga naar het tabblad Satin. Dit stuurt randen, tekst en satinkolommen—hier zit je scherpte.

Richtwaarden:

  • Auto Spacing: 90% (past de dichtheid dynamisch aan op basis van kolombreedte).
  • Underlay Type: Edge Run + Zigzag (belangrijk voor stabiliteit en strakke randen).
  • Pull Compensation: 0.20 mm.

Snelle realiteitscheck: Pull compensation maakt je satinkolom digitaal net iets "breder" zodat hij na het aantrekken van de draad op stof weer op de juiste maat uitkomt.

  • 0,17–0,20 mm is een veilige startzone voor Pique.
  • Succescriterium: de randen van je satinkolom horen recht te ogen (als met een liniaal), niet rafelig of wegzakkend in de putjes.
Switching to the 'Satin' tab in the Fabric Settings window showing auto spacing at 90%.
Configuring satin stitch parameters
The Underlay selection within the Satin tab showing 'Edge Run + Zigzag'.
Checking underlay settings
Detailed settings for Satin stitch layers showing spacing values of 2.00mm.
Reviewing layer settings
Focus on the 'Pull compensation' field set to 0.20 mm in the Satin tab.
Adjusting pull compensation
Cursor clicking on 'Center Run' in the satin underlay type dropdown.
Changing underlay type

Stap 5 — Sla stabilizer-advies op in het profiel

Ga naar het tabblad Stabilizer. Je ziet een vrij tekstveld. Negeer dit niet. In een drukke werkplaats (of een rommelige hobbykamer) vergeet je anders precies welke backing vorige keer het beste werkte.

Sue laat zien dat je hier duidelijke instructies kunt typen, bijvoorbeeld:

  • “Tear Away x 2”.
  • “Use Cutaway” (voor dunne T-shirts/knits noemt ze dit als logische keuze).

Productietip: Behandel dit als een werkkaart. Als iemand anders jouw bestand draait, staat hier meteen hoe het kledingstuk fysiek voorbereid moet worden.

The 'Stabilizer' tab showing recommended backing text 'Tear Away x 2'.
Reviewing stabilizer recommendations

Stap 6 — Controleer of het nieuwe profiel in de lijst staat

Ga terug naar het manager-venster. Scroll en controleer of Custom Pique in de lijst staat. Actie: Klik het profiel één keer aan om te checken dat je wijzigingen zijn opgeslagen. Nu kun je het direct gebruiken.

The main 'Manage Auto Fabrics' window showing the newly created 'Custom Pique' in the list.
Verifying new profile creation

Verdieping: pull compensation en onderlaag slim inzetten

De video laat vooral zien waar je klikt; hieronder staat de praktische "waarom" achter de twee instellingen die het vaakst kledingstukken redden.

Waarom onderlaag je stof-controlesysteem is

Zie Underlay als de fundering van een huis. Bouw je op drassige grond (gestructureerde Pique of Fleece) zonder fundering, dan zakt het weg.

  • Geen onderlaag: steken zakken weg, stof schijnt door, randen worden rafelig.
  • Goede onderlaag: drukt structuur/"haartjes" omlaag en maakt een stabiel podium voor de bovendraad.

Voor Pique:

  • Edge Run: fixeert de rand en helpt krimp naar binnen te beperken.
  • Zigzag/Tatami: vlakt de heuvels en dalen van de structuur af.

Waarom pull compensation telt (zeker voor strakke satinkanten)

Borduren is een spanningsgevecht: de draad trekt naar binnen, de borduurring houdt tegen. Op Pique (rekbaar) wint de draad vaak, waardoor kolommen smaller uitvallen.

  • De instelling: Pull Comp op 0.20 mm vertelt Hatch: "Maak dit digitaal iets breder zodat het na het aantrekken klopt."
  • Het resultaat: na het borduren valt de kolom dichter bij de bedoelde breedte.
Waarschuwing
Gebruik pull compensation niet als "boldness-schuif". Als je zonder test naar 0,40 mm gaat, kun je vervorming krijgen: overlappende steken, harde ribbels en een plastic-achtig gevoel. Test in kleine stappen.

Praktijkvragen: petten en “mystery materials”

In de reacties kwamen vragen over petten en Neopreen. Het Auto Fabric-principe blijft hetzelfde: Klonen -> Testen -> Verfijnen.

  • Petten: kies een basisprofiel dat dichter bij stug/stevig ligt dan "Cotton" en bouw van daaruit. In de video zie je dat je onderlaagtypes per toepassing kunt kiezen (bij satins bijvoorbeeld ook varianten zoals Center Run in de dropdown).
  • Neopreen: kies een basisprofiel dat qua dikte/"squish" meer in de buurt komt van een dikkere stof en test je dekking en randen.

Belangrijke hardware-realiteit: Bij petten zijn software-instellingen weinig waard als de pet in het frame "flagging" (stuiteren) vertoont. Een stabiel pettenframe is essentieel. Veel professionals werken daarom met een specifiek pettenraam voor borduurmachine dat de klepzone goed fixeert.

Stabilizer-notities opslaan voor toekomstige projecten

Sue typt in haar voorbeeld "Tear Away x 2" in het stabilizer-veld. Zo maak je dat direct bruikbaar in je eigen workflow.

Praktische prep-checks die ervaren shops standaard doen

De software gaat uit van perfecte omstandigheden. In het echt bepaalt je fysieke ondersteuning het resultaat. Voordat je je nieuwe Custom Pique-profiel vertrouwt:

  • Leg vast welke backing je gebruikt (bijv. "Tear Away x 2" of "Use Cutaway" voor dunne shirts).
  • Test altijd op een stukje van dezelfde stof/hetzelfde kledingtype als de opdracht.

De inspanning-variabele: Als je moeite hebt om consequent met dezelfde spanning in te spannen (zonder de knit uit te rekken), dan krijg je wisselende resultaten zodra het uit de borduurring komt. In productie lossen veel studio’s dit op met vaste inspanstations zodat elk kledingstuk met dezelfde spanning en positie wordt voorbereid.

Prep-checklist (voordat je een nieuw profiel “vertrouwt”)

  • Stof checken: Is dit echt Pique (structuur) en niet Jersey (gladde T-shirt knit)?
  • Stabilizer-notitie lezen: Staat er "Tear Away x 2" of "Use Cutaway" en heb je dat ook fysiek op voorraad?
  • Testbestand maken: Borduur een kleine test (bijv. een letter + een fill-blok) om satins én vullingen te beoordelen.

Primer (zo pas je dit toe in een echte workflow)

De workflow is niet lineair maar iteratief.

  1. Profiel kiezen: ontwerp openen -> Auto Fabric "Custom Pique" toepassen.
  2. Verifiëren: let op veranderingen in gedrag/instellingen (bijv. onderlaagkeuzes die direct worden toegepast).
  3. Fysiek testen: borduur op een reststuk van het echte kledingstuk.
  4. Beoordelen: dekking oké? randen strak? tekst leesbaar?
  5. Verfijnen: als randen rafelig ogen, ga terug naar Auto Fabric Settings -> Satin -> pas Pull Comp aan en sla op.

Zo maak je van "gelukstreffers" echte werkstandaarden.

Setup (maak het profiel bruikbaar over meerdere projecten)

Geef profielen namen zoals in een productieomgeving

"Custom Pique" is prima. Nog beter is een naam die je direct vertelt wat je bedoelt.

  • Slechte naam: "New Settings 2"
  • Goede naam: "Pique-Polo-TearAwayx2" of "JerseyTee-Cutaway"

Beslisboom: stof → stabilizer-notitie voor Hatch

Gebruik deze logica om je Stabilizer-tab consequent te vullen:

START: hoe is de stof?

  1. Licht / instabiel (T-shirt, Jersey)
    • Actie: noteer Cutaway.
    • Waarom: knits hebben ondersteuning nodig om vervorming en slijtage te beperken.
    • Hatch-notitie: "Use Cutaway".
  2. Middelzwaar / gestructureerd (Pique polo)
    • Actie: noteer een testkeuze zoals Tear Away x 2 versus Cutaway.
    • Hatch-notitie: "Test: Tear Away x2 vs Cutaway".
  3. Zwaar / stabiel (Denim, Canvas)
    • Actie: noteer Tear Away.
    • Hatch-notitie: "Medium Tear Away".

Ringafdrukken: Zelfs met de juiste backing kan een stijve traditionele ring zichtbare afdrukken achterlaten op gevoelige (performance) Pique. Dat is vaak het moment waarop men overstapt op magnetische borduurringen: je klemt stevig zonder het harde "inrammen" van een binnenring, wat zowel de stof spaart als het inspannen versnelt.

Setup-checklist (voor je dit inzet op klantwerk)

  • Profiel zichtbaar: staat "Custom Pique" in je lijst?
  • Fill-check: staat Tatami Stitch Length op 4.00 mm?
  • Satin-check: staat Pull Comp op minimaal 0.20 mm?
  • Stabilizer-notitie: is het tekstveld ingevuld?
  • Eerste artikel inspectie: eerst testen op restmateriaal.

Operation (het profiel gebruiken zonder nieuwe problemen te maken)

Checkpoints tijdens het digitaliseren

Dat het profiel opgeslagen is, betekent niet dat je op de automatische piloot kunt borduren.

  1. Ontwerp laden: pas het profiel toe.
  2. Visuele check: zoom in en controleer of je onderlaaglogica klopt (bijv. Edge Run als rand-rail bij satins).
  3. “Squish”-check: als je pull compensation verhoogt, raken letters dan elkaar? Dan moet je letterafstand/kerning aanpassen.

Efficiëntietip met productiebril

Sue benoemt terecht dat één klik enorm veel instellingen tegelijk toepast. Dat bespaart tijd achter de computer. Maar als je bottleneck verschuift naar de machine, kijk dan ook naar je voorbereiding.

  • Level 1: extra borduurringen zodat je alvast het volgende kledingstuk kunt inspannen.
  • Level 2: een vaste inspanstation voor borduurmachine om shirts sneller en consistenter uit te lijnen.

Magneet-veiligheidswaarschuwing: Als je overstapt op magnetische ringen, ga er voorzichtig mee om. Sterke magneten kunnen vingers stevig klemmen als delen onverwacht samenklappen. Houd ze uit de buurt van pacemakers, gevoelige elektronica en betaalpassen. Schuif ze los; trek ze niet recht omhoog uit elkaar.

Operation-checklist (bij elke nieuwe run)

  • Profiel gekozen: niet per ongeluk op "Cotton" blijven staan.
  • Onderlaag check: klopt je Edge Run + Zigzag-keuze bij satins?
  • Verbruiksmateriaal check: lees je eigen stabilizer-notitie en pak de juiste backing.
  • Inspan-check: zit de stof stabiel in de borduurring?

Kwaliteitscontrole (hoe ziet “goed” eruit?)

Je hebt getest—hoe beoordeel je het resultaat?

  • Visueel (randstrakheid): kijk naar een satinkolom. Zijn de randen recht of kartelig? Kartelig wijst vaak op te weinig pull compensation.
  • Tactiel (te stug): voelt een fill als een harde plaat? Dan is de dichtheid te hoog (spacing iets vergroten).
  • “Wegzak”-test: zie je stofkleur door de steken? Dan is de dekking te laag of de structuur te dominant; herbekijk je fill-instellingen en onderlaag.

Als je vervorming ziet (bijv. een cirkel die ovaal wordt), ligt de oorzaak vaak bij het inspannen, niet bij de software. Als je moeite hebt om consequent strak en gelijkmatig te inspannen, kan het helpen om je te verdiepen in hoe magnetische borduurring gebruiken-systemen: magnetische kracht verdeelt de klemdruk gelijkmatiger en kan fysieke inspankracht compenseren.

Troubleshooting

Probleem: je vindt de stof niet in de standaardlijst

  • Symptoom: je borduurt op Spandex of Neopreen en Hatch heeft geen passende optie.
  • Waarschijnlijke oorzaak: Hatch levert basis-presets, geen complete stoffenbibliotheek.
  • Oplossing: gebruik de "eigenschappen-logica". Rekbaar? start bij "Jersey". Dik/vol? start bij "Fleece". Stug? start bij "Canvas". Geef het een duidelijke naam en begin te testen.

Probleem: petten stikken slecht als Auto Fabric op cotton blijft staan

  • Symptoom: draadbreuk, naaldbreuk of een ontwerp dat scheef uitkomt.
  • Waarschijnlijke oorzaak: petten zijn rond en vaak stug; ze kunnen stuiteren/flaggen waardoor de naald afwijkt.
  • Oplossing:
    1. Software: maak een "Cap Profile" en test onderlaagvarianten (in Hatch kun je onderlaagtypes per steeksoort kiezen).
    2. Hardware: zorg voor een passend pettenframe zoals een pettenraam voor brother borduurmachine (of jouw merk) zodat het borduurvlak stabiel en vlak genoeg ligt.

Probleem: je weet niet wat je moet instellen voor neopreen

  • Symptoom: steken zakken weg; het borduurwerk voelt hard.
  • Waarschijnlijke oorzaak: neopreen is sponsachtig; draad trekt in en drukt in het materiaal.
  • Oplossing: begin met een dikker basisprofiel (bijv. richting Fleece) en test dekking, onderlaag en randen stap voor stap.

Veiligheidswaarschuwing: Houd bij testen en troubleshooting altijd handen weg van de naaldstang terwijl de machine actief is. Als een naald een ringrand raakt (komt voor bij nieuwe parameters), kan hij breken.

Resultaat

Door Sue’s workflow te volgen en dit praktisch te borgen, maak je van Auto Fabric meer dan een presetmenu: het wordt een herhaalbaar productie-instrument. Je eindigt met een Custom Pique-profiel dat:

  • In Hatch onder Manage Auto Fabrics staat.
  • Jouw 4.00 mm Tatami en 0.20 mm Pull Comp onthoudt.
  • Je herinnert aan je gekozen Tear Away/Cutaway-notitie.

Zo daalt de drempel om te starten: je weet dat het vorige keer werkte, dus je begint niet meer vanaf nul.

Groeipad:

  1. Software-consistentie: (deze gids) minder digitaliseerfouten.
  2. Inspan-consistentie: (bijv. magnetische ringen) minder ringafdrukken en scheef inspannen.
  3. Productie-consistentie: vaste voorbereiding en herhaalbare instellingen.

Begin vandaag met je eerste profiel. Sla je eerste succes op. Je toekomstige zelf gaat je dankbaar zijn.

Closing overlay graphic saying 'set it up how you want it!' over file icons.
Video conclusion