Halloween Town Block 4: Dresden Plate appliqué in de borduurring (raw-edge) met strakke trims en een metallic spinnenweb als finish

· EmbroideryHoop
Deze praktische handleiding zet de stitch-out van OML Embroidery’s Halloween Town Block 4 om in een helder, herhaalbaar in-de-borduurring (ITH) werkproces: batting ‘floaten’, de achtergrond vastzetten, scrappy huis-appliqués in lagen opbouwen, ramen/deuren/spookdetails borduren en afsluiten met een zilverkleurig metallic spinnenweb. Je krijgt daarnaast professionele controlepunten, trim- en stabilisatie-tactieken om rimpels te voorkomen, plus montagetips zodat de halve huisjes strak op elkaar aansluiten tussen de blokken.
Auteursrechtverklaring

Alleen educatief commentaar. Deze pagina is een leer-/uitlegnotitie bij het werk van de oorspronkelijke maker. Alle rechten blijven bij de rechthebbende. Wij heruploaden of verspreiden het originele werk niet.

Als het kan, bekijk de originele video op het kanaal van de maker en steun met een abonnement. Eén klik helpt om betere stappenplannen, praktijktests en videokwaliteit te blijven verbeteren. Je kunt ondersteunen via de abonneerknop hieronder.

Ben je rechthebbende en wil je een correctie, bronvermelding of (gedeeltelijke) verwijdering? Neem dan contact op via ons contactformulier; we handelen dit snel af.

Inhoud

De borduurring en batting voorbereiden

Block 4 van de Halloween Town Dresden Plate-set borduren is meer dan “gewoon een leuk project”: het is een oefening in In-The-Hoop (ITH) opbouw. Je bouwt een scrappy spookhuis-scène met raw-edge appliqué en quiltsteken, volledig in de borduurring. In de video gaat het tempo hoog, maar wie dit strak en reproduceerbaar wil uitvoeren, moet vooral grip hebben op laagopbouw en spanningsgedrag.

Deze gids vertaalt de visuele walkthrough naar een herhaalbare workflow die je ook in een productie-achtige setting kunt toepassen. We zoomen extra in op twee punten waar het in de praktijk het vaakst misgaat: batting correct “floaten” (om rimpels/puckering te voorkomen) en precies trimmen (zodat je de basissteken niet beschadigt).

Full view of the finished Dresden Plate Halloween quilt block showing all houses and colors.
Intro and project showcase

Wat je gaat leren (en wat er mis kan gaan)

ITH-quilting is een “assemblagelijn” binnen één borduurring. Dit is de operationele volgorde:

  1. Fundering: Plaatslijn op het borduurvlies borduren.
  2. Structuur: Batting floaten, vastzetten (tack-down) en vlak/strak terugknippen.
  3. Canvas: Achtergrondstof toevoegen en vastzetten (cruciaal voor vlak resultaat).
  4. Textuur: Decoratieve quiltsteken borduren (Sue gebruikt zwart; we bespreken contrast).
  5. Opbouw: Meerdere appliqué-cycli uitvoeren (Plaatslijn → stof plaatsen → tack-down → trim) voor de huizen.
  6. Details: Ramen (neongeel), deuren (zwart), ogen (metallic) en figuren borduren.
  7. Finish: Het metallic spinnenweb als overlay en de onderste gebogen appliqué.

Veelvoorkomende faalpunten (en hoe je ze voorkomt):

  • Ringafdrukken / rimpels: Ontstaan door te agressief inspannen of door ongelijkmatige spanning tussen borduurvlies en stof.
  • “Wollige randen”: Ontstaan wanneer je batting te ver van de stiklijn afknipt, waardoor je een zichtbare rand/richel onder de toplaag krijgt.
  • Constructiefout: Per ongeluk in de tack-down steken knippen, waardoor de appliqué later loskomt.
  • Metallic “spaghetti”: Metallic draad die nestelt of breekt door wrijving/ warmte of een ongeschikte naald.

Voorbereiding: verborgen verbruiksmaterialen & checks (niet overslaan)

Een strak resultaat is voor 80% voorbereiding en voor 20% borduren. Nog vóór je op “Start” drukt, leg je je werkplek klaar.

  • Naaldkeuze: In de video wordt geen speciale naaldwissel genoemd, maar bij meerdere appliqué-lagen is een verse naald essentieel. Gebruik een nieuwe 75/11 of 90/14 borduurnaald. Belangrijk: leg een Topstitch 90/14 of Metallic-naald klaar voor de metallic stappen. Het grotere oog vermindert wrijving en voorkomt het bekende “rafelen/doorslijten” van metallic garen.
  • Onderdraadbeheer: Wikkel een verse onderdraadspoel en controleer of de spoelruimte pluisvrij is. Eén pluisje kan al zorgen voor lussen (“birdnesting”) aan de onderkant.
  • Borduurvlies-strategie: Gebruik een middelzwaar tear-away of cut-away volgens de patrooninstructies, maar zorg dat het strak in de borduurring zit.
  • Garen klaarleggen: Zwart (quilting/deuren), neongeel (ramen), wit (spook), grijs (wolk), metallic zilver/rood (details).
  • De “onzichtbare” tools:
    • Gebogen appliqué-schaar: Onmisbaar; de kromming houdt het mes weg van je onderlaag.
    • Pincet: Voor kleine restjes stof veilig op hun plek houden.
    • Schilderstape: Om randen van “zwevende” stukjes tijdelijk te fixeren zodat de voet ze niet oppakt.
Waarschuwing
Gebogen appliqué-scharen zijn snel en vlijmscherp. Trim in de borduurring alleen als de machine volledig stilstaat. Houd je niet-knippende hand op de buitenrand van de borduurring, nooit in de knipzone.

Inspannen: waarom “vlak” belangrijker is dan “strak”

Sue gebruikt een 10x10 borduurring voor dit grote blok. Bij ITH-quilting is het doel: nul vervorming. Het borduurvlies moet strak staan ("trommeltest"), maar de lagen die je erbovenop legt (batting/stof) moeten “neutraal” liggen: vlak, zonder uitrekken.

Met een standaard tweedelige borduurring kun je bij donkere stoffen last krijgen van ringafdrukken: lichte ringen door de wrijving die nodig is om alles strak te houden. Dat is in de kern een wrijvingsprobleem.

Als je merkt dat je moet vechten om het borduurvlies trommelstrak te krijgen (polsbelasting), of als je mooie stof ringafdrukken krijgt, is dat vaak het moment om een magnetische borduurring voor brother (of voor jouw merk) te overwegen. Magnetische ringen klemmen verticaal in plaats van met wrijving. Je schuift het vlies vlak in, klikt de ring dicht en je spanning is direct consistent—zeker prettig bij dikkere “sandwiches” met batting.

Embroidery machine stitching the placement line onto the stabilizer.
Starting the project

Stap 1 — Borduur de plaatslijn voor de batting

Actie: Laad het ontwerp en borduur de eerste kleurstop. Dit is een eenvoudige contour op het kale borduurvlies.

Luister-check: Het geluid moet een gelijkmatige zoem zijn. Hoor je een “klap-klap”, dan beweegt het vlies op en neer (flagging) en staat het te los. Nu corrigeren.

Verwacht resultaat: Een duidelijke geometrische contour op het (witte) borduurvlies: jouw “doelzone”.

Stap 2 — Batting floaten, vastzetten en strak terugknippen

Sue legt de batting direct over de plaatslijn zonder deze mee in te spannen. Dat heet “floaten”.

Sue smoothing white batting down into the hoop over the placement line.
Batting placement

Uitvoeringsprotocol:

  1. Op maat: Knip batting ongeveer 1 inch groter dan de plaatslijn aan alle kanten. Leg het over de contour.
  2. Tape (optioneel, maar handig): Zet eventueel de hoeken met een klein stukje schilderstape vast zodat de voet de batting niet optilt.
  3. Tack-down: Borduur de vastzetlijn.
  4. Trimmen: Haal de borduurring uit de machine (of schuif naar voren). Til de battingrand licht op. Plaats de gebogen schaar parallel aan de stiklijn en laat de kromming “in de groef” van de stiklijn meelopen. Knip in vloeiende bewegingen.

Waarom precisie telt: Knip zo dicht mogelijk (ca. 1–2 mm) zonder de draad te raken. Laat je een “rokje” batting staan, dan krijg je later een voelbare en vaak zichtbare richel onder de volgende lagen.

Controlepunt: Ga met je vinger over de rand. Het moet een minieme overgang zijn, geen duidelijke “trede”.

Stap 3 — Achtergrondstof plaatsen en vastzetten

Sue legt de achtergrondstof (“Dance of the Dragonfly”) met de goede kant naar boven over de batting.

Black thread stitching swirls onto the dark blue background fabric.
Quilting stitches

Pro-tip (kruis-smoothing): Stof heeft draadrichting. Om rimpels te voorkomen:

  1. Leg de stof neer.
  2. Strijk met je handpalm van het midden naar links en rechts.
  3. Daarna van het midden naar boven en beneden.

Trek niet diagonaal (schuin van draad), want dan bouw je spanning op die zich vaststikt als pucker.

Stap 4 — Quiltsteken (contrast is belangrijk)

Sue quilt met zwart garen en merkt dat dit wegvalt in de donkere stof.

De contrastregel: Is quilting vooral “constructief”, dan mag het meekleuren. Is het “decoratief”, dan moet de licht/donker-waarde van het garen duidelijk afwijken van de stof.

  • Test: Leg een stukje draad los op de stof en knijp je ogen half dicht. Verdwijnt de draad optisch, dan worden je quiltsteken vrijwel onzichtbaar.

Checklist (einde voorbereidingsfase)

  • Machine: Naald vers (75/11 geplaatst; 90/14 Metallic/Topstitch klaar). Spoelruimte schoon.
  • Inspannen: Borduurvlies trommelstrak (tap-test geslaagd).
  • Laagopbouw: Batting binnen 2 mm van de stiklijn getrimd; geen wollige randen.
  • Oppervlak: Achtergrondstof glad volgens draadrichting (niet schuin) om rimpels te voorkomen.
  • Veiligheid: Appliqué-schaar binnen handbereik; magnetische speldenkussen uit de buurt van scherm/elektronica.

Stoffen stapelen: stap-voor-stap appliqué-gids

De “scrappy” look ontstaat door steeds dezelfde cyclus te herhalen: Plaatslijn (waar komt het?) → stof plaatsen → tack-down → trim. Dit herhaal je voor elk huisdeel.

Stap 5 — Basis van het huis appliqueren (uitlijning van halve huizen is het echte doel)

Sue legt uit dat het eerste deel een “half huis” is. Dit is een constructie-element: als je vier blokken samenvoegt, vormt dit halve huis samen met het halve huis van het volgende blok één compleet gebouw.

Placement stitches showing the outline of the first half-house.
Applique Step 1

Truc voor visuele continuïteit: Wil je dat de “wijk” er als één geheel uitziet, gebruik dan voor dit halve huis in alle vier de blokken exact dezelfde stof. Knip die vier stukjes vooraf, zodat je later niet hoeft te improviseren.

Purple fabric placed over the house outline, ready for tack down.
Fabric placement

Trimtechniek (veilig en strak):

  1. Houding: Ga niet boven de machine hangen. Haal de borduurring eraf en leg hem bij voorkeur plat op tafel.
  2. Hoek: Houd de onderlaag vlak; til alleen de appliqué-stof een fractie op.
  3. Knip: Laat de schaar glijden. Niet “hakken”: hakken geeft kartels, glijden geeft mooie rondingen.
Hand holding scissors trimming the purple fabric close to the tack down line.
Trimming applique

Controlepunt: De rand hoort net buiten de stiklijn te eindigen (ongeveer 1 mm). Zie je de achtergrondstof binnen de vorm, dan heb je te diep geknipt.

Stap 6 — Appliqué-segmenten vervolgen met scraps (omarm “goed genoeg” plaatsing)

Tijdens het opbouwen met Halloween-scraps (bijv. candy corn, pompoenen) wordt je pakket dikker.

Candy corn patterned fabric being smoothed over next applique section.
Applique Step 2

Als je werkt met een zwevende borduurring-aanpak—dus veel kleine stukjes “zwevend” plaatsen in plaats van alles mee inspannen—let dan extra op “flagging”. Naarmate de lagen toenemen, wordt het geheel stijver en kan de voet stof mee trekken. In de video wordt geen specifieke voet-instelling genoemd; houd daarom je standaardinstellingen aan en controleer vooral of je lagen vlak liggen vóór je start.

Praktijkadvies: Elke keer dat je de borduurring uitneemt om te trimmen, vergroot je de kans op minieme verschuiving. Klik de ring bij terugplaatsen altijd volledig vast. Duw zachtjes tegen het frame om te checken dat er geen speling is vóór je weer start.

Stap 7 — Afdeksteken rondom de huizen (niet gefilmd, wel belangrijk)

De afdeksteek is meestal een satijnsteek (of een vergelijkbare randsteek) die de raw-edge afwerkt.

Let op “duur foutmoment”: Sue noemt dat ze dit niet heeft gefilmd, maar hier gaat het vaak mis. Als je in stap 5 en 6 strak hebt getrimd, wordt de afdeksteek mooi. Als er “haartjes” of losse draadjes zitten, oogt de satijnrand bobbelig en rommelig.

  • Actie: Geef vóór deze stap een laatste “knipbeurt”: verwijder losse draadstaartjes en stofvezels met pincet en een scherpe schaar.

Karakter toevoegen: ramen, spook en ogen

Nu ga je van “opbouw” (constructie) naar “decoratie” (details). Hier telt precisie extra.

Stap 8 — Ramen in neongeel (contrast is de bedoeling)

Sue gebruikt neongeel. Omdat ramen dicht gestikt worden, kan de stof sneller perforeren als je stabilisatie te licht is.

Machine stitching dense neon yellow squares for the windows.
Detail stitching

Controlepunt: Kijk aan de achterkant: je wilt ongeveer 1/3 onderdraad (wit) in het midden van de satijnkolom zien. Zie je alleen bovendraad aan de achterkant, dan staat de bovenspanning te los. Zie je alleen onderdraad bovenop, dan staat de bovenspanning te strak.

Stap 9 — Deuren en raamdetails in zwart

Sue borduurt de deuren in zwart.

Machine stitching the outlines of the black doors.
Door details

Pro-tip: Op donkere, “spooky” stoffen kan zwart wegvallen. Overweeg donker antraciet: het leest als zwart, maar blijft zichtbaar op echt zwart.

Stap 10 — “Ogen in het raam” met metallic garen

Sue borduurt de ogen met metallic garen. Dit is een risicostap voor draadbreuk.

Metallic red eyes being stitched inside the yellow window frame.
Stitching eyes

Metallic-overlevingsprotocol:

  1. Naald wisselen: Gebruik de 90/14 Topstitch of Metallic-naald uit de voorbereiding. Minder wrijving.
  2. Langzamer borduren: Zet je snelheid terug naar 600 SPM of lager.
  3. Draadloop: Zorg dat de klos rustig kan afrollen (liefst verticaal) om torsie te verminderen.

Stap 11 — Spook- en wolkdetails

White ghost figure being stitched on the upper background.
Ghost applique/fill

Het spook is een dichte witte vulling. Controlepunt: Wit op donker kan “open” lijken als de stof niet stabiel ligt. Als het wit te dun oogt, kun je een re-stitch doen (terug en nogmaals borduren) voor een voller, strakker wit.

De finishing touch: metallic zilveren spinnenwebben

De laatste laag is een groot spinnenweb dat over alles heen ligt.

Stap 12 — Dak-appliqué plaatsen en borduren

Hier geldt weer het standaard appliqué-proces.

Orange spiderweb fabric being placed for the roof applique.
Roof placement

Stofrichting: Gebruik je een richtingprint voor het dak (bijv. strepen/webs), check de hoek vóór je vastzet.

Stap 13 — Zilverkleurig metallic spinnenweb (backstitch) als overlay

Dit is een lange, doorlopende reeks steken met metallic draad.

Silver metallic thread stitching a large spiderweb over the house roofs.
Metallic Detail Stitching

Stabiliteitscheck: In deze fase houdt je borduurring borduurvlies, batting, achtergrond en meerdere appliqué-lagen vast. Het geheel is zwaar en dik. Als je merkt dat de uitlijning minder wordt (web niet mooi boven de daken), komt dat vaak doordat het “sandwich”-gewicht aan de ring trekt. Dit is precies het soort situatie waarin een magnetische borduurring in de praktijk voordeel geeft: de klemkracht blijft consistent, ook bij dikkere lagen, waardoor het blok minder snel kan verschuiven tijdens deze laatste, zichtbare steken.

Waarschuwing
Magneetveiligheid. Sterke magneten kunnen vingers hard beknellen. Schuif magneten van elkaar af; trek ze niet recht omhoog. Houd ze weg bij pacemakers en magnetische dragers (zoals bankpassen).

Controlepunt: Controleer het web. Als de metallic draad rafelt of breekt: start opnieuw en overlap 10–20 steken om de draad netjes te verankeren. Vertrouw op lockstitches van de machine; een knoopje is minder betrouwbaar.

De Dresden Plate-blokken samenstellen

Green fabric strip being stitched at the bottom curved edge.
Final Applique

Stap 14 — Laatste gebogen appliqué (groene “gras”-rand)

Het laatste deel is de gebogen onderrand. Knip deze boog vloeiend; kartels maken het later lastiger om de cirkel mooi te laten aansluiten.

Blokken verbinden: spelden voor perfecte aansluitingen

Bij het samenvoegen van vier blokken:

  1. Leg ze met de goede kanten op elkaar (RST).
  2. Speld eerst de halve huizen. Steek een speld recht door een kritisch punt (bijv. naadlijn van het halve huis) en controleer of hij exact op hetzelfde punt uitkomt in het andere blok.
  3. Gebruik clips of extra spelden langs de rest van de rand.
  4. Naai bij voorkeur met een walking foot om de dikte beter te transporteren.

Beslisboom: borduurvlies + laagopbouw voor dit type blok

Gebruik deze logica om je setup te kiezen:

  1. Is je achtergrondstof stevig (quilting cotton)?
    • JA: Gebruik standaard tear-away of cut-away. Batting floaten.
    • NEE (slap/rekbaar): Gebruik Fusible No-Show Mesh (PolyMesh) en strijk dit vooraf op de achterkant van de stof. Dit helpt tegen rimpels rond dichte raamvullingen.
  2. Maak je meerdere blokken (4+ of meerdere quilts)?
    • JA: Handmatig inspannen tientallen keren belast polsen en kost tijd. Overweeg een ergonomische inspanstation voor machinaal borduren zodat elk blok met dezelfde spanning/positie wordt ingespannen.
    • NEE: Handmatig inspannen is prima voor een eenmalig project.
  3. Heb je last van dikke lagen of ringafdrukken?

Notities over ringmaat en compatibiliteit

Sue gebruikt een 10x10 borduurring. Als je beperkt bent tot een kleiner borduurveld (bijv. Brother PE800 of vergelijkbaar), kan het krap worden bij complexe blokken. Een magnetische borduurring 5x7 voor brother kan in de praktijk helpen om je bruikbare borduurveld efficiënter te benutten doordat je minder last hebt van de ruimte die een binnenring inneemt.

Problemen oplossen (symptoom → waarschijnlijke oorzaak → oplossing)

Symptoom Waarschijnlijke oorzaak Professionele oplossing
Quiltsteken onzichtbaar Draadwaarde (licht/donker) ligt te dicht bij de stofwaarde. Knijpogen-test: kies een draad die duidelijk lichter of donkerder is. Metallic goud/zilver leest vaak beter op donker katoen.
Rimpels/puckering Batting/stof niet gladgelegd of borduurvlies “flagging”. Kruis-smoothing: vanuit het midden naar buiten. Borduurvlies trommelstrak; stof niet uitrekken, alleen vlak leggen.
Wollige randen Te ver van de stiklijn getrimd (3 mm+). Precisietrim: ga dichterbij (±1 mm) met appliqué-schaar. Verwijder restvezels vóór de afdeksteek.
Metallic breekt Wrijving/warmte of verkeerde naald. Metallic-trio: 1) Topstitch 90/14, 2) snelheid <600 SPM, 3) rustige draadloop (eventueel met garenstandaard).
Huizen sluiten niet aan Verschuiving tijdens het aan elkaar naaien. Speld-doorsteekmethode: speld verticaal door kritieke registratiepunten (deur/ dakpunt) om ze te “locken” vóór je de naad stikt.

Resultaat

Sue showing the final block fully stitched out.
Project review

Met Block 4 heb je een meerlaagse textielopbouw succesvol onder controle: spanning tussen verschillende materialen (borduurvlies vs. batting vs. katoen) en nauwkeurig trimmen binnen de borduurring.

Eindaudit:

  1. Vlakheid: Ligt het blok vlak op tafel? (goed)
  2. Randen: Zijn de satijnranden glad zonder stofhaartjes? (goed)
  3. Web: Is het metallic spinnenweb doorlopend en sprankelend? (goed)

Wie van “een blok proberen” naar “een quilt maken” gaat, merkt dat consistentie de nieuwe uitdaging is. Een stabiele workflow met betrouwbare borduurringen voor borduurmachines en vaste checklists maakt dit van een stress-test tot een herhaalbaar proces.

Operationele checklist (einde werkproces)

  • Trimmen: Alle appliqué-randen vlak getrimd (±1 mm) langs de tack-down lijnen.
  • Opruimen: Losse draden en “whiskers” verwijderd vóór de afdeksteken starten.
  • Spanning: Onderdraad niet zichtbaar boven; bovendraad niet zichtbaar onder (klassieke 1/3-verhouding).
  • Metallic: Snelheid omlaag; juiste naald geplaatst voor de laatste stap.
  • Veiligheid: Alle magneten veilig weggelegd; schaar dicht en uit de quiltzone opgeborgen.